регистрация / вход

Teaching And Migration In Belgium Essay Research

Teaching And Migration In Belgium Essay, Research Paper Migrantenbeleid Overzicht van het migrantenbeleid Het migrantenbeleid in Europa valt uiteen in twee delen: het migratiebeheersingsbeleid en het integratiebeleid of minderhedenbeleid, een term die in de Angelsaksische landen wordt gebruikt.

Teaching And Migration In Belgium Essay, Research Paper

Migrantenbeleid

Overzicht van het migrantenbeleid

Het migrantenbeleid in Europa valt uiteen in twee delen: het migratiebeheersingsbeleid en het integratiebeleid of minderhedenbeleid, een term die in de Angelsaksische landen wordt gebruikt.

Het migratiebeheersingsbeleid betreft nieuwkomers die geen verblijfsvergunning hebben. Er zijn vier mogelijke scenario?s. Een eerste scenario is het huwelijk van een niet-EU-lid met een EU-lid. Zo komt het bijvoorbeeld in Limburg vaak voor dat Turkse migranten die in Belgi? zijn opgegroeid trouwen met mensen uit Turkije. Een ander scenario is het asielbeleid waarbij de nieuwkomers asiel aanvragen in Belgi?. Vervolgens is er het binnenkomen van nieuw-komers via een arbeidsvergunning. Zo?n arbeidsvergunning wordt in eerste instantie altijd voorlopig afgeleverd: meestal geldt ze ??n jaar en kan ze daarna verlengd worden. In principe wordt er na drie jaar een definitieve arbeidsvergunning gegeven. Dit gebeurt echter vaak alleen maar wanneer het beroepen betreft waarvoor men niemand vindt in Belgi? en bij hooggekwalificeerden zoals Japanners en Scandinavi?rs. Ten slotte kan men ook nog binnenkomen als illegaal die al dan niet eerst in een asiel heeft gezeten.

Het integratie- of minderhedenbeleid houdt rekening met de Belgische staatsstructuur. Op verschillende niveaus wordt een bepaald beleid gevoerd. Zo zijn de bevoegdheden van het federaal niveau de nationaliteit, de godsdienst en de ordehandhaving: het al dan niet toekennen van stemrecht, het toestaan van erediensten in een bepaalde godsdienst, de toegang tot het openbaar ambt? De gemeenschappen staan dan weer in voor onderwijs en vorming, cultuur, welzijn, taal- en jeugdbeleid. In de regel zijn aan deze bevoegdheden telkens een minister of een kabinet verbonden. Dan is er het niveau van de gewesten: het Vlaams, Brussels en Waals gewest. Deze zorgen voor de tewerkstelling (priv? en openbaar ambt), de huisvesting en de gezondheid. Ten slotte komt men bij het provinciaal en het gemeentelijk niveau die respectievelijk voor provinciale en lokale integratiecentra verantwoordelijk zijn.

Zowel het migratiebeheersingsbeleid als het integratiebeleid hebben raakpunten met het onderwijs. Wat betreft het migratiebeheersingsbeleid is er in de eerste plaats de thematiek van de inburgeringscontacten: Nederlands leren en programma?s van maatschappelijke organisatie. Ten tweede is er het onthaalbeleid in het onderwijs naar kinderen toe. Het betreft hier voornamelijk neveninstromers oftewel kinderen die in Belgi? toekomen vanaf tien jaar. Ten slotte is er naar volwassenen toe de basiseducatie. Raakpunten met het integratiebeleid zijn het geven van beroepsopleidingen zoals de VDAB en tevens het krijgen van les in de eigen godsdienst mits er voldoende vraag naar is bij de ouders. Hoeveel ?voldoende? juist betekent is echter nog steeds een discussiepunt.

Overzicht van het onderwijsbeleid in de Vlaamse gemeenschap

Het OVB (onderwijsvoorrangsbeleid) omvat vijf componenten. Ten eerste is er NT2 (Nederland als tweede taal). De KUL heeft hiervoor een unit gekregen. Het betreft hier kinderen die voor ze naar school gingen geen AN hebben gehoord en meestal zijn opgegroeid met hun eigen taal vermengd met wat Frans of Nederlands. Er heersen soms de misverstanden dat zulke kinderen dom zijn en een taalachterstand hebben. Ze hebben weliswaar een taalachterstand wat betreft het Nederlands, maar zeker niet wat betreft hun eigen taal. Ten tweede is er het werken met leerlingenco?ffici?nten. Dit gaat uit van de gedachte dat klassen met een groot aantal anderstaligen beter iets kleiner zijn. Dit gaat men dan berekenen; een allochtoon kind krijgt een hogere co?ffici?nt en daardoor mag de school meer leerkrachten aannemen (wat eigenlijk niet de bedoeling is van die co?ffici?nten). Dit systeem bleek niet effici?nt genoeg om zijn doel te bereiken, wat aanleiding gaf tot de NDV (non-discriminatieverklaring). Een derde component zijn de aanwendingsplannen die ook onder OVB vallen. Deze moeten door de scholen opgesteld worden om aan te tonen dat ze met bijkomende middelen beter zullen functioneren. Zorgverbreding is de vierde component: niet alle allochtonen hebben extra begeleiding nodig, anderen hebben dan juist weer meer begeleiding nodig. Daarom moet men de middelen zo goed mogelijk spreiden. Als vijfde en laatste component is er het schoolopbouwwerk. Hierbij probeert men een betere communicatie te realiseren met de ouders. Leerkrachten vinden het immers niet altijd gemakkelijk om met psychologen en opvoeders te werken.

Bij OETC (onderwijs eigen taal en cultuur) gaat men ervan uit dat NT2 goed is, maar dat men tegelijk ook de moedertaal ontwikkelingskansen moet geven. Zo zullen de kinderen immers meer op hun gemak zijn en de aangeleerde technieken overdragen (Turks schrijven ~ Nederlands schrijven). In de Vlaamse gemeenschap zijn er twee modellen: het model van buiten Brussel waarbij de moedertaal wordt gezien als een tijdelijke ondersteuning voor het kind en het model in Brussel waarbij veel meer aandacht aan de moedertaal wordt geschonken omdat het kennen van twee talen betere jobkansen biedt in Brussel.

De RUG heeft een unit gekregen voor ICO (intercultureel onderwijs). Dit houdt in dat in bepaalde lessen zoals wereldori?ntatie en maatschappelijke ori?ntatie de leerkrachten zich open stellen naar hun publiek toe. Zo leren de kinderen intercultureel om te gaan met elkaar en respect te krijgen voor de verschillende levenswijzen.

Het onthaalbeleid voor nieuwkomers richt zich op neveninstromers die anderstalig zijn gedurende de eerste twee jaar van hun verblijf. Een eerste opvatting is het groeperen van zulke kinderen bij een gespecialiseerde leerkracht. Een andere opvatting is het volledig verspreiden van neveninstromers. Er zijn echter grote verschillen tussen de theorie en de praktijk. Vele nieuwkomers komen immers terecht in wijken waar al veel concentratiescholen zijn en die dan nog meer geconcentreerd worden.

NDV (non-discriminatieverklaring) heeft twee doelstelling. Ten eerste is er het toegangsbeleid. Elke ouder moet zijn kind in de school kunnen inschrijven die hij verkiest. Scholen mogen kinderen dus niet weigeren. Ten tweede beoogt NDV een meer evenredige verspreiding van de allochtonen over de scholen. Een reden hiervoor is de minder gunstige doorstroming van LO naar SO uit concentratiescholen dan niet-concentratiescholen. Leerlingen uit concentratiescholen komen later ook veel meer in het BSO terecht. Hiervoor moet men de concentratiescholen afbouwen. Dit leidde echter tot een aantal problemen. Zo zijn er in Belgi? verschillende netten: vrij katholiek net, gemeentenet, staatsnet? Om een betere spreiding te krijgen moeten deze netten afspraken maken. Vervolgens ging men ervan uit dat als ouders zelf een school zouden kiezen dit automatisch tot spreiding zou leiden. Dit bleek echter niet waar te zijn. Ten slotte wonen de meeste allochtonen in bepaalde wijken waar enkel concentratiescholen liggen. Stel dat er toch een gewone school temidden van allemaal concentratiescholen zou liggen dan zou die ene zo aantrekkelijk worden en uiteindelijk ook een concentratieschool worden. Niettegenstaande heeft NDV toch een betere verspreiding opgeleverd.

349

ОТКРЫТЬ САМ ДОКУМЕНТ В НОВОМ ОКНЕ

ДОБАВИТЬ КОММЕНТАРИЙ [можно без регистрации]

Ваше имя:

Комментарий